Ethiek, plicht en moraalfilosofie

De leer (logos) van de plicht (deon) is goed handelen en is een plicht. Er bestaan verschillende theorieën over de ethiek afhankelijk van de filosoof die ze uiteengezet heeft.

Kant: filosoof

• Niet Kantiaans: het goddelijke gebod, je moet doen wat God zegt, wat de plicht is. Waarom? Omdat God het zegt (het is je plicht).
• De Kantiaanse filosofie is gericht naar de plicht door de rede, onszelf want wij hebben eveneens een plicht naar onszelf om zuiver te handelen
Iedereen heeft een morele plicht en ze dient voor iedereen hetzelfde te zijn. Het is een universeel bindend principe. Het mag nooit afhankelijk zijn van ‘toevalligheden’.

Handelen met zuivere intenties

Wij moeten ten allen tijde uit ‘goede wil’ handelen. Dat wil zeggen dat onze ‘intentie zuiver’ moet zijn. Indien het ‘handelen ter goede trouw is’ dan handelen we met een ‘morele gedragscode’. Indien dat niet het geval is dan ontbreekt elke morele waarde.
Stel nu dat gehandeld wordt ‘ter goede trouw’ en we zijn van ‘goede wil’, maar de resultaten zijn niet wat ze behoren te zijn, dan is er nog steeds een ‘morele waarde’ aan verbonden.
(Voorbeeld: je ziet een ongeval gebeuren, je gaat helpen, maar de hulp is niet toereikend wegens de zware verwondingen. Dan heb je gehandeld uit goede wil maar door omstandigheden (de verwondingen) kon het slachtoffer niet geholpen worden).
(Voorbeeld: je werkt en het is zeer druk, ons hoofd en lichaam kunnen niet volgen, er worden fouten gemaakt. Maar deze fouten zijn niet te wijten aan ‘onkunde’ maar de omstandigheden van de ‘drukte’. Hierdoor ben je iets ‘vergeten’, dan is het niet moedwillig maar nog steeds handelde je uit goede wil. Het was overmacht)
Men gaat ervan uit dat elke persoon ‘van nature uit met een goede wil’ wordt geboren. Het zijn de krachten die in ons huizen die vaak tegenwerken omdat we iets willen bereiken. In hoeverre kan men zonder enige consequentie handelen?

Morele wet

Een ‘morele wet’ mag nooit afhankelijk zijn van toevallige verlangens noch van doelen. Het is een absolute wet (de hoogste) dat alle redelijke wezens verbindt ongeacht en onafhankelijk van de verlangens of de doelen. Indien men hier een inbreuk pleegt dan ontbreekt alle redelijkheid.
Valse belofte, leugens, met de intentie handelen om eigen doelen na te jagen is een onredelijkheid en zorgt ervoor dat de verbinding tussen de redelijke wezens verbroken wordt. Het is een immorele daad om ‘valse’ belofte uit te voeren.
Indien men gaat handelen met de intentie om ‘valsheid’ te gebruiken, en deze niet zou toelaten bij andere mensen, dan ga je mensen misbruiken, gebruiken uit eigenbelang, ontkennen van het zelfbeschikkingsrecht. Wat hiermee bedoeld wordt is dat men bij eerlijkheid de mens de eigen keuze kan laten maken. Men ontneemt de menselijke waardigheid.
Als men de waarheid vertelt dan berokkent men geen schade, indien men leugens toelaat dan geldt de morele wet niet voor iedereen en laat je het afhangen van de toevalligheden, misbruik van macht is niet hetzelfde als overmacht. De morele code geldt voor iedereen en dit te allen tijde.
Het is een ongeschreven ‘Heilige Regel’ die de maatschappelijke waarden vertegenwoordigen.